Tekstgroote aanpassen
Tekstgroote aanpassen
           
HomePrijslijstOver MediweertContact
     
Home » Sport » Algemeen » Toelichting op sportmedisch onderzoek

Overige informatie

Als toelichting op de behandeling van het Sportmedisch Onderzoek kunt u informatie vinden over de volgende onderwerpen:
· Biometrie
· Body Mass Index (BMI)
· Lichaamsvet
· Longfunctie
· Ogentest
· Bloeddruk
· Cholesterol
· Hemoglobine
· Mineralen en zouten in het bloed
· Testosteron
· Urine onderzoek
· Inspanningstest
· Meting spiro-ergometrie
· Meting ergometrie
· Maximale prestatie
· RER (verzuring)
· Duurvermogen (omslagpunt)
· Gewichtsafhankelijke prestatie
· Loop- of fietstest
· Trainingseffecten
· Trainingszones
· Bewegingsefficiëntie
· Zorgverzekeraar vergoeding
· Consultformulier (graag ingevuld meenemen naar een keuring of consult)

Biometrie
Hier worden zaken gemeten als uw lichaamslengte, gewicht en huidplooien ten behoeve van het vetpercentage. Daarnaast zijn er op indicatie ook metingen als het verrichten van een longfunctie, de bloeddruk, de oogsterkte (visus) met gezichtsveldonderzoek. 
 

Body Mass Index (BMI)
De BMI van een persoon wordt bepaald door het lichaamsgewicht te delen door het kwadraat van de lichaamslengte.
(kg/m2)
Via deze methode kan men een redelijke inschatting maken van een te hoog vetpercentage en/of de mate van overgewicht.
Voor een indicatie van uw eigen BMI kunt u uw gegevens vinden in de onderstaande tabel.

Klik op onderstaande link om uw BMI te bepalen; 

 

upload/File/tabel bmi.xls

 

Lichaamsvet
Het lichaamsvet wordt bepaald aan de hand van de huidplooien. De normale waarden voor het lichaamsvet is voor mannen en vrouwen verschillend en heeft te maken met het essentieel vet. Het essentieel vet is in principe niet bedoeld voor de stofwisseling en wordt pas aangesproken bij ernstige ondervoeding en anorexia.

Longfunctie
Het totale longvolume (FVC) en de snelheid van de uitademing (FEV1, PEF) worden gemeten. Bij maximale inspanning is dit zelden meer dan drie liter. Dit wordt gemeten bij de VO2max test: max. teugvolume en ademreserve. Het totaal longvolume wordt vaak verward met de zuurstofopname (VO2), welke uiteraard wel prestatiebepalend is. De normale waarden zijn afhankelijk van lengte, geslacht en leeftijd. Aan de vorm van de curve kan ook beoordeeld worden of er sprake is van astma.

Longfunctie
PEF Maximale snelheid van uitgeademde lucht
FEV 1 Volume dat in 1 seconde uitgeademd kan worden
FVC Totaal long volume
Tiff. inderx = FEV 1 / FVC Maat ernst astma / COPD

Ogentest
Voor verschillende sportbeoefening en autorijden is een minimaal zicht van 0,8 voor één of beide ogen nodig. Normaal zicht is 1,0 met 2 ogen.

Bloeddruk
Hoge bloeddruk kan een oorzaak zijn van hart- en vaakziekten (bv. hartinfarct, hersenbloeding). Een te lage bloeddruk kan enkel duizeligheidklachten bij jet opstaan veroorzaken. Bij inspanning of nervositeit is de bovendruk hoger en de onderdruk lager. De bloeddruk na de inspanningstest is meer representatief als rustbloeddruk dan voor de test. De bovendruk weerspiegelt de kracht waarmee het hart pompt, de onderdruk weerspiegelt de elasticiteit van de bloedvaten.

Enkele van de vermelde normaalwaarden in het verslag zijn aanpast voor sporters.

Cholesterol
Een verhoogd bloedcholesterol is een risicofactor voor hart- en vaatziekten. Het cholesterol stijgt langzaam met de leeftijd. Het cholesterol is afhankelijk van de voeding. Een normaal cholesterol is <6,5 mmol/L (nuchter). Personen met een verleden van hartproblemen of andere risicofactoren voor hart- en vaatzekten dienen de cholesterol onder de 5 mmol/L te houden. Een cholesterol verlagend dieet bestaat uit beperking van vet inname, dierlijke (vaste) vetten proberen te vervangen door plantaardige (vloeibaar) vetten en vis. Een te laag cholesterol komt zeer zelden voor. HDL cholesterol is het “goede” cholesterol (wordt afgevoerd) en LDL cholesterol (wordt aangevoerd). Hoe hoger het HDL cholesterol en hoe lager het LDL cholesterol: hoe lager het risico. Triglyceriden is de hoeveelheid vet in het bloed, hoe lager hoe beter.

Hemoglobine
Hemoglobine zit in rode bloedcellen. Het bindt en vervoert het zuurstof in het bloed. Een te hoog hemoglobine is zeldzaam en wordt gezien bij uitdroging en longproblemen. Een te laag hemoglobine kan het gevolg zijn van bloedverlies (bv. maagontsteking, blaasinfectie, hevige menstruatie), ijzertekort, vitamine B12 tekort, foliumzuur tekort of verdunning. Verdunning van het bloed komt voor bij duursporters door stapeling van extra vocht in de bloedbaan (als bescherming tegen uitdroging). Het hematocriet is het aantal rode bloedcellen als fractie van het totaal en correleert dus met het hemoglobine. De MCV waarde daalt bij ijzertekort en stijgt bij vitamine B12 en B9 (foliumzuur) tekort.

Mineralen en zouten in het bloed
De mineralen zorgen voor prikkeloverdracht in de skeletspieren en de hartspier. Tevens zijn zij betrokken bij de waterhuishouding via een ingewikkeld proces in onder andere de nieren en darmen. De samenstelling van de mineralen is een ingewikkelde balans. De hoogte van de waarde verschilt per mineraal. Vochtverlies middels zweten maar ook door het gebruik van medicijnen, bv plastabletten, zijn van invloed op de samenstelling en kunnen daarmee van invloed zijn op de prestatiecurve.

Testosteron
Testosteron is een afgeleide van cholesterol. De opbouw en afbraak van spiereiwitten is voor een belangrijk deel afhankelijk van het testosteron gehalte. De snelheid waarmee het organisme herstelt van uitputtende belastingen, wordt mede door dit hormoon bepaald. Intensieve- of overtraining kan in combinatie met een cholesterol beperkt dieet tot een verlaging van het testosteron gehalte leiden. Hierdoor neemt de herstelcapaciteit van het lichaam af en zal het lichaam in verhoogd tempo spierweefsel afbreken waardoor prestaties uitblijven.

Urine onderzoek
De urine wordt onderzocht op de aanwezigheid van suiker, bloed en eiwit. Sporen van eiwit en bloed in de urine zijn normaal (meestal t.g.v. inspanning of weinig drinken).

Inspanningstest
Er zijn verschillende soorten inspanningstesten. De belangrijkste verschillen voor een inspanningstest zijn met of zonder zuurstofmeting. Een inspanningstest zonder O2 meting heet een ergometrie en met O2 meting heet een spiroergometrie.
Ten behoeve van trainingen worden 2 soorten inspanningstesten gebruikt: sub- en maximaaltest. De submaximaaltest wordt in principe gedaan nadat een maximaal test gedaan en ter vergelijk genomen voor een fitheids meting.
Een maximaal test kan het beste gedaan worden onder gestandaardiseerde omstandigheden, bijvoorbeeld in een onderzoeksetting. De vorm van een maximaaltest is afhankelijk van de doelstelling en de vraagstelling van de test. Men kan kiezen voor een sportspecifieke test zoals het verrichten van een loopbandtest voor hardlopers of het doen van een fietstest voor fietsers ivm de bepaling van de trainingzones met behulp van een spiro-ergometrie. Men kan ook kiezen voor een test om gezondheidsredenen bij bijvoorbeeld hartklachten dmv een ergometrie.

Meting – spiro-ergometrie
Naast de zuurstofopname (VO2) wordt ook de CO2 afgifte, het gepresteerde vermogen en het ECG (hartfilmpje) gemeten. Deze test is de gouden standaard voor het meten van de conditie. Met deze test komen long, hart en spierproblemen aan het licht. Daarnaast kan de efficiëntie van de hart-, long- en spierarbeid worden bepaald en of het hart, de longen dan wel de spieren de beperkende factor zijn tijdens inspanning. Met behulp van deze test kunnen heel gericht trainingzones bepaald worden.

Meting – ergometrie
Bij deze test wordt alleen het gepresteerde vermogen en het ECG gemeten. Met deze test komen hartproblemen aan het licht. Met deze test kunnen trainingzones berekend worden. Deze zijn minder nauwkeurig dan met een spiroergometrie.

Maximale prestatie
Het maximaal behaalde vermogen (watt) en VO2 wordt gemeten. De maximale zuurstof opname (VO2max) is de beste maat voor de maximale prestatie omdat deze onafhankelijk is van de efficiëntie van de inspanning. Bij gezonde personen is de VO2max een rechtstreekse maat voor de spierarbeid.

RER (verzuring)
Deze waarde weerspiegelt de verzuring in het bloed (lactaat of melkzuur). Hoe hoger de verzuring hoe hoger de RER waarde. Het omslagpunt voor de verbranding ligt bij een RER van 1,0. Bij iemand die verzuurd is loopt deze op tot 1,2.

Duurvermogen (omslagpunt)
Voor duursporten is de maximale prestatie niet van belang, dit niveau kan immers niet lang worden volgehouden. Het niveau wat wel langdurig (1-1½ uur) kan worden volgehouden is de maximale steady state (omslag punt) of duurvermogen, boven dit niveau stapelt de verzuring zich op. Na afloop van de test wordt het omslagpunt op verschillende manieren bepaald. Tijdens de test is dit te zien aan de RER. Deze meting heeft de voorkeur t.o.v. een lactaat test: er hoeft niet te worden geprikt en de verzuring wordt constant gemeten. Bovendien is de lactaattest niet betrouwbaar en inmiddels, alhoewel nog veel gedaan, obsoleet.

Gewichtsafhankelijke prestatie
Een licht gebouwde sporter presteert minder dan een een stevig gebouwde sporter. Wanneer het wattage of zuurstofopname worden uitgedrukt per kilogram vallen de verschillen weg (belangrijk voor hardlopen of bergop fietsen). De totale zuurstofopname kan enkel toenemen met training, de zuurstofopname per kilogram kan ook toenemen door af te vallen. Overgewicht vermindert de bewegingseconomie sterk, ook op de fiets.

Loop- of fietstest
De hartslag en zuurstofopname zijn voor zowel het omslagpunt als het maximum hoger bij lopen in vergelijking met fietsen. De zuurstofopname is ongeveer 10% hoger. De hartslagen liggen 8-10 slagen hoger. Verder zal een getrainde loper altijd beter presteren op een looptest en een getrainde fietser beter op een fietstest. Beide vormen van inspanningstesten zijn mogelijk.

Trainingseffecten
1. Verbetering van de maximale prestatie.
2. Verhoging van het omslagpunt richting de maximale prestatie en komt dus dichter tegen het maximum te liggen.
3. Training verbetert de bewegingsefficiëntie (het lichaam kan meer presteren met minder zuurstof).

Trainingszones
Trainingzones worden vaak uitgedrukt als percentage van de maximale hartfrequentie maar ook als percentage van de maximale zuurstofopname. Deze percentages komen niet overeen. In het trainingsgebied liggen de percentages van de hartfrequentie 5% hoger dan de percentages van de VO2. De trainingszones worden exact berekend aan de hand van het gemeten omslagpunt of bij benadering gegeven aan de hand van de minimale en maximale hartslag.

Bewegingsefficiëntie
Net als de ademhaling kan ook de efficiëntie van de beweging worden gemeten (hoeveel zuurstof nodig is om 1 watt te leveren). Dit is erg afhankelijk van de getraindheid. Ook de fietsafstelling en de houding op de fiets is van invloed. Bij overgewicht of long/luchtweg problemen wordt er energie “verspild” en is de bewegingsefficiëntie verlaagd.

Zorgverzekeraar vergoedingen
U krijgt een factuur na afloop van het onderzoek. Betaling geschiedt per eenmalige machtiging. De meeste zorgverzekeraars vergoeden afhankelijk van uw eigen verzekering de kosten geheel of gedeeltelijk. Lees hiervoor uw eigen polisvoorwaarden. Bij twijfel kunt u contact opnemen met Mediweert. Ons sportmedisch centrum is gecertificeerd.

 

Nieuws